’t Kadaster aan de fles

Soms bedelt onze tuin om liefde en aandacht.

Samen de handen uit de mouwen steken is dan het enigste en meest probate middel om aan deze smeekbede tegemoet te komen.

Hoe hoog die mouwen intussen opgestroopt worden verraadt echter op slinkse wijze een naderend einde van een verdomd warme zomer, die duidelijk onder de zweterige voeten van de niets ontziende klimaatopwarming is verpletterd.

Vandaar dat ik op een doodgewone zaterdagmorgen in september mijn e-bikeje met één klik minder aantrekkelijk probeer te maken voor stoute, grijpgrage handen.

Mijn mouwen blijven nog even laag en zelfs mijn jas gaat niet meteen uit, want de  de eerste ochtendlijke kou prikt al behoorlijk in mijn neus en kale hoofdhuid.

Wel een schitterend zicht om reeds behoorlijk wat bedrijvigheid te zien wemelen op onze speelplaats. Mezelf in stilte schamend, omdat ik nog steeds niet synchroon met mijn medemens kan opstaan, meng ik me zo onopvallend mogelijk tussen het groepsgebeuren.

Warme begroetingen en koffie verdampen echter krinkelend mijn schaamtegevoelens  de ether in.

Tijdens de briefing dringt een gevulde dag zich meedogenloos op, hoe gedreven en liefdevol Tineke ons de boodschap ook brengt.

In de eerste plaats moet de wateroverlast, die zich op bepaalde plekken voordoet, verholpen worden. Lompe, ijzeren platen worden verwijderd en ontbloten onderliggende roosters. Een delegatie vrijwilligers kan alzo de goten zuiveren.

De kolonie wetsdienaars, die hier jarenlang voor ons de scepter heeft gezwaaid, had duidelijk belangrijkere taken dan de wateroverlast op hun parking in te dijken.

Jammer voor ons, maar ook het continu aan en af rijden van diezelfde ordehandhavers met hun loeiende dienstwagens over de afwateringsroosters, zorgt bij de tuingroep voor menig onvertogen woord bij het los schroeven van deze roosters.

Bij deze moet ik toch even het geduld en de volharding in de bloemetjes zetten die de gedreven vrijwilligers bij zo’n ondankbaar werk aan de dag leggen.

Aan bloemen geen gebrek, trouwens.

Twee van deze gewone zaterdagen waren echter nodig om de soms 20 cm dikke laag overjarig slib uit de goten te scheppen.

Intussen prutsen andere, gezellig babbelende helpers, hét ‘tuin-pronkstuk’ in spe vrij van achtergebleven onregelmatigheden uit een recent TAZ verleden.

Ja, ja, lieve lezer, de Kortrijkse kunstige creator Giovani Vanhoenacker ontwierp voor TAZ twee megagrote flessen waar voorbijgangers en bezoekers van het festival hun persoonlijke wensen, herinneringen en boodschappen in konden achterlaten.

Als er iets bij een theaterfestival aan zee thuishoort is het toch wel flessenpost, zeker!

En wij mogen die gebruiken om onze ‘Tuin Aan Zee’ extra cachet te geven.

Dank TAZ en Giovani Vanhoenacker!

Nu moeten deze immense pronkstukken natuurlijk nog een plaatsje krijgen.

De aangewezen plek is vrij snel en unaniem duidelijk.

De kunstenaar heeft de flessenhalzen lichtjes gebogen. Daarbij is de ene fles struiser dan de andere. Met deze subtiele extra’s straalt deze kunstige twee-eenheid een verfijnde, vrouwelijke elegantie uit.

Dan ontspint er zich echter een slapstickachtige vertoning met als hoofdrolspelers enkele gedreven, kunstminnende tuinvrijwilligers.
...
“Moeten de halzen naar elkaar toewijzen of niet?”
...
“En zetten we ze nu ver uiteen of eerder dicht tegen elkaar aan?”
…
“Wacht,” roept iemand ergens vanuit de ingang. “Van hieruit gezien moeten ze iets gedraaid worden.”
…
“Nou nee, vanaf hier juist niet draaien, maar iets meer opschuiven naar links,” wordt er gegild vanaf het midden van de koer.
…
Er wordt steeds meer heen en weer gelopen en de aanwijzingen overstijgen zelfs het niveau van het  historische Babylon.
…
Ik moet me inhouden om niet te roepen dat er nog niemand van bovenaf is gaan checken.

Dan wordt er gelukkig het wijze besluit genomen om onze kaptrice Anne Mie de knoop te laten doorhakken en kan ons technisch en praktisch wonderkind, Marc, zuchtend zijn boormachientje pakken en de flessen vakkundig verankeren.

Die Marc, kun je bijna de conciërge van onze tuin noemen. Vanaf zijn balkon gezien is het simpel gezegd, zijn achtertuin.

Als godsgeschenk brengt hij ook nog eens zijn onuitputtelijke technische kennis mee, verpakt in een verhelderend, oplossend vermogen en daarbij, ook héél belangrijk, het nodige aangepaste gereedschap.

Ik ben er zeker van, Marc, dat mijn dank en bewondering voor jou, volmondig gedragen wordt door gans de tuin – en vierkante metergroep.

En nu maar afwachten wat onze tuinspecialisten als “plantekleding” in petto hebben om onze naakte flessen waardig en kleurrijk te laten schitteren.

Ook voor deze onmisbare specialisten een resem schouderklopjes, knuffels, medailles en …. oké, oké, ik stop al.

Warme groet,

Herman

Next
Next

aangespoeld