Dorstige groei en bloei

“Oftewel ’s morgens vroeg ofwel in de vroege avond, maar zeker niet in de zon!”

“Bij dat stuk de spuit niet te hard zetten!”

“Beter op de bodem richten dan rechtstreeks op de tere plant!”

“Opletten dat er geen knoop in je slang komt!”

“De planten aan de zijkant niet vergeten … en die bakken heb je die al gedaan …gindse bak zeker, maar meer vanuit de hoogte nevelen, is net ingezaaid …”

Tot zover deze korte bloemlezing uit het leven van een vrijwillige leerling plant- en tuinverzorger die, buiten het hanteren van een waterslang, tevens ondergedompeld wordt in de weelderige leefwereld vol ingewikkeld latijns plantgoed.

Gelukkig beschikken de gedreven flora specialisten over een goed hart dat zelfs op de juiste plaats ‘ingeplant’ blijkt te zijn en maken zij er voor de simpele leek een nederlandse bomen- planten- en bloemenpracht van.

Helaas beschikt mijn dun bevolkte hersenpan niet over voldoende opslagruimte. Vandaar dat ik een nieuwsgierige, geïnteresseerde passant, die zijn onwetendheid uit de wereld probeert te helpen met behulp van de aanwezige tuinier, vriendelijk het

ID-labeltje aanwijs, dat altijd wel ergens aan een takje bengelt of op een stokje naast de betrokkene is gekleefd

Maar, beste lezer, de buurttuin floreert en daarvoor mag menigeen een resem opgestoken duimpjes achter zijn naam zetten.

Of al die vrijwillige waterdragers onze tuin kunnen blijven vrijwaren van het gulzig om zich heen zuipende ‘klimaatmonster’, is nog maar de vraag. Die vernietigende drooglegger heeft zich duidelijk als doel gesteld België tot woestijn om te toveren. Logisch dus dat we dus zoveel mogelijk zullen moeten investeren in de opvang van hemelwater. Een waterleidingkraan opendraaien wordt immers onbetaalbaar, zeker als we onze tuin fris en vrolijk willen houden.

Een motiverende troost misschien nog. Het is en blijft een nobele taak, dorstigen laven … en … sowieso egostrelend.

Zo, tuinslang intussen aan de kant gelegd, nog wat onkruid verwijderd en nu is het hoog tijd om de dorstigste aller dorstigen te laven. Mijzelf dus.

Ook daar is aan gedacht bij ’t Kadaster.

In de espressobar word ik vriendelijk en met een brede glimlach verwelkomd door uitbaatster Griet.

Zalig om die knusse, gezellige, huiskamer binnen te wandelen.

Ik weet niet waar eerst kijken. Drie verschillende ruimtes. Allemaal oergezellig ingericht. Vintage, noemen ze het nu, terwijl het voor mij voelt als thuiskomen.

Ik pas wel tussen die oude piano en andere gerecupereerde meubelstukken … en lach daar niet mee.

Je kunt er neerploffen in een bloemrijk bankstel om te chillen, uren te scrollen of eindelijk dat intieme gesprekje te voeren met de liefde van je leven, zelfs rustig een boek lezen is zalig op zo’n plek.

Ben je echter met vrienden, vriendinnen of familie op stap en wil je uitgebreid bijkletsen, ruimte zat. En heb je een klein hongertje of verschrikkelijke dorst, bestel aan de toog en je bestellingen worden vriendelijk en met de glimlach aan je tafel gebracht.

Wil je genieten van de zon in de feestelijk ogende, groene oase buiten, is ook al geen probleem. Je neemt je consumptie mee en ploft in de zon of onder een kleurrijke parasol neer en laat de natuur zijn verwarmende werk doen.

Je moet er wel aan denken, ondanks dat alles rozengeur is en het leven je volle bak gelukkig maakt, het leeggoed even naar binnen te brengen vooraleer je weer verdwijnt. Als je vriendelijkheid en een lach normaal vindt bij de bediening is het minste wat je daar tegenover kunt stellen respect voor hun inzet en ze niet verplichten om slaafs op en neer te lopen.

Mag ik nog even?

Vergeef me mijn lyrische uitweidingen over de espressobar, maar het maakt me gelukkig om een plek te vinden in een stad waar commercie spontane vriendelijkheid  niet in de schaduw plaatst. Simpelweg voelen dat je welkom bent is niet zo evident als de bediening amper tijd vindt om goedendag te zeggen.

Het gaat misschien een beetje ‘zieleptotig’ klinken, maar dat is het beslist niet.

Jezelf een plaats zien te vinden binnen een gemeenschap mensen met hun geschiedenis en de levens die ze samen hebben opgebouwd, is niet simpel want mijn familie- en vriendschapsbanden deinen als een broos web her en der over de wereld.

Niks mis mee, maar na drie jaar zoeken en ploeteren ben ik toch blij mezelf op mijn gemak te voelen binnen de werkgroep Buitenruimte van ’t Kadaster met als kers op de taart, de espressobar van Griet en haar medewerkers.

Nooit gedacht dat mijn nomadisch gezwerf over zovele stukken van onze aardbol uiteindelijk rust zou vinden bij ‘Stadsnomaden’ in Oostende!?


Warme groet,

Herman

Next
Next

’t Kadaster met de billen bloot